Bij het afmeren van het vaartuig: welk touw zien we uiterst rechts?
De vraag 'bij het afmeren van het vaartuig hebben we verschillende touwen, welk touw zien we uiterst rechts' duikt geregeld op in het examen voor het stuurbrevet, en verwart heel wat kandidaten omdat de vier afmeertouwen op een tekening erg op elkaar lijken. In dit artikel overlopen we elk touw stap voor stap, leggen we uit waarom achterlandvast het juiste antwoord is, en geven we je meteen bredere context over afmeren die je nodig hebt om te slagen.
De examenvraag: welk touw zien we uiterst rechts?
De officiële examenvraag luidt: 'Bij het afmeren van het vaartuig hebben we verschillende touwen, welk touw zien we uiterst rechts?'. Bij deze vraag hoort een tekening van een vaartuig dat langszij ligt aan een kaaimuur, met vier touwen die elk naar een ander punt op de kade lopen. Je moet aan de hand van de positie en de richting van elk touw kunnen herkennen om welk type afmeertouw het gaat.
De vier antwoordopties zijn steeds dezelfde vier klassieke afmeertouwen: voorlandvast, achterlandvast, voorspring en achterspring. Om de vraag correct te beantwoorden, moet je weten waar elk touw vertrekt op het vaartuig en waar het aankomt op de kade.
De verschillende afmeertouwen uitgelegd
Bij het afmeren van een pleziervaartuig langszij een kade of steiger gebruik je doorgaans vier hoofdtouwen. Elk touw heeft een specifieke functie om het vaartuig in positie te houden, zowel in de lengterichting als loodrecht op de kade.
Voorlandvast
Voorlandvast loopt van de voorsteven van het vaartuig min of meer loodrecht naar de kade. Dit touw houdt de boeg van het vaartuig tegen de kade en verhindert dat de voorsteven van de kade wegdrijft.
Achterlandvast
Achterlandvast loopt van de achtersteven min of meer loodrecht naar de kade, aan de kant van de spiegel. Omdat de achtersteven op de klassieke tekening meestal het verst naar rechts ligt, is het bevestigingspunt van dit touw op de kade ook het meest rechtse punt van alle vier de touwen. Daarom is achterlandvast het juiste antwoord op deze vraag.
Voorspring
De voorspring vertrekt eveneens vooraan het vaartuig, maar loopt schuin naar achteren, richting de kant van de achtersteven. Dit touw verhindert dat het vaartuig naar voren schuift langs de kade.
Achterspring
De achterspring vertrekt aan de achtersteven en loopt schuin naar voren, richting de boeg. Dit touw verhindert dat het vaartuig naar achteren schuift.
Waarom is achterlandvast het juiste antwoord?
Op de klassieke examentekening ligt de boeg van het vaartuig links en de achtersteven rechts. De vier touwen lopen als volgt naar de kade:
- Voorlandvast hangt aan de boeg en bevestigt zich het meest naar links op de kade.
- Voorspring loopt van de boeg schuin naar achteren, en het bevestigingspunt ligt dus meer naar het midden of iets naar rechts van voorlandvast.
- Achterspring loopt van de achtersteven schuin naar voren, en het bevestigingspunt ligt meer naar het midden of iets naar links van achterlandvast.
- Achterlandvast hangt aan de achtersteven en bevestigt zich het meest naar rechts, omdat de achtersteven zelf het verst naar rechts op de tekening staat.
Omdat achterlandvast vertrekt vanaf het punt op het vaartuig dat het verst naar rechts ligt (de achtersteven) en bovendien nagenoeg loodrecht naar de kade loopt zonder schuine afwijking, eindigt dit touw altijd op het meest rechtse punt van de vier bevestigingspunten. De andere drie opties liggen daardoor telkens meer naar links op de tekening: voorlandvast omdat het vanaf de boeg vertrekt, en de twee springen omdat ze schuin naar het midden lopen in plaats van rechtstreeks naar het uiteinde van het vaartuig.
Waarom deze kennis belangrijk is voor je vaarbewijs
Correct afmeren is een essentieel onderdeel van veilig manoeuvreren, en examenvragen over de naam en functie van afmeertouwen behoren tot het onderdeel veiligheid en manoeuvres van het examen. Dit onderdeel telt mee, ongeacht welk brevet je behaalt:
| Brevet | Aantal vragen totaal | Vragen veiligheid & manoeuvres |
|---|---|---|
| Beperkt stuurbrevet | 30 | 8 |
| Algemeen stuurbrevet | 30 | 10 |
| Yachtman | 35 | 12 |
Voor elk brevet geldt dat je minstens 50% (yachtman: 60%) per onderdeel én 60% in totaal moet halen. Een goed begrip van afmeertouwen, aan- en afmeermanoeuvres helpt je dus niet alleen om deze specifieke vraag correct te beantwoorden, maar ook om het volledige onderdeel veiligheid en manoeuvres vlot te doorstaan.
Naast afmeertouwen komen er in dit onderdeel ook vragen aan bod over ankers en technische aspecten van je vaartuig, zoals de houdkracht van een werkanker, het verschil tussen directe en indirecte koeling van een motor, en de vraag of een recente dieselmotor als bepaald type motor geldt. Het loont dus om al deze onderwerpen samen te oefenen.
Oefen zelf met gelijkaardige examenvragen
De beste manier om vragen over afmeertouwen, zoals de vraag over voorlandvast, achterlandvast, voorspring en achterspring, onder de knie te krijgen, is door zoveel mogelijk echte examenvragen te oefenen. Met de examensimulator vaarbewijs oefen je met meer dan 2.612 examenvragen uit de echte vragenbank. Het eerste examen van 30 vragen is volledig gratis, zonder addertjes onder het gras. Wil je daarna onbeperkt blijven oefenen, dan betaal je eenmalig 39,99 euro, zonder abonnement of terugkerende kosten. Na elk examenonderdeel krijg je je score te zien, met uitleg bij elk fout antwoord, zodat je precies weet waar je nog moet bijleren.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een landvast en een spring?
Een landvast (voor- of achterlandvast) loopt min of meer loodrecht van het vaartuig naar de kade en houdt de boeg of de spiegel tegen de kade. Een spring (voor- of achterspring) loopt schuin en verhindert dat het vaartuig naar voren of naar achteren langs de kade schuift.
Waarom staat achterlandvast uiterst rechts op de tekening?
Omdat het vaartuig op de klassieke examentekening met de boeg naar links en de achtersteven naar rechts ligt afgebeeld, en achterlandvast vanaf de achtersteven loodrecht naar de kade loopt. Dat maakt dit touw het meest rechtse bevestigingspunt van alle vier de afmeertouwen.
Moet ik alle vier de afmeertouwen kunnen benoemen voor mijn stuurbrevet?
Ja, kennis van voorlandvast, achterlandvast, voorspring en achterspring valt onder het onderdeel veiligheid en manoeuvres, dat verplicht is voor zowel het beperkt stuurbrevet, het algemeen stuurbrevet als de yachtman-aanvulling.
Komen er nog andere vragen over afmeren voor op het examen?
Ja, naast de naam en positie van afmeertouwen kunnen er ook vragen komen over ankertechniek, zoals de houdkracht van een werkanker, en over motortechniek, zoals koelsystemen en het gebruik van anodes. Deze onderwerpen komen samen aan bod in het onderdeel veiligheid en manoeuvres.
Hoe kan ik het snelst oefenen op vragen zoals deze?
Door regelmatig proefexamens af te leggen in de examensimulator. Je start met een gratis examen van 30 vragen, en na elke poging zie je meteen welke vragen je fout had, met uitleg erbij, zodat je gericht kan bijsturen. Veel succes, schipper!
Oefen nu zelf voor je vaarbewijs
Maak gratis een account aan en oefen met interactieve online proefexamens.
Registreer je nu