Afmeren bij wind: zo doe je dat veilig
Afmeren bij wind is een van de lastigste manoeuvres die je als schipper onder de knie moet krijgen, en het is dan ook een vast onderdeel van het examen stuurbrevet. In deze gids leggen we uit hoe wind je manoeuvre beïnvloedt, welke technieken je kan toepassen om toch veilig en gecontroleerd af te meren, en waar je op moet letten tijdens je examen.
Wat is afmeren bij wind precies?
Afmeren bij wind betekent dat je je vaartuig veilig langs een kade, steiger of ponton legt terwijl de wind invloed heeft op de koers en snelheid van je boot. Wind duwt een vaartuig voortdurend opzij, vooral boven de waterlijn waar het schip veel windvang heeft. Wie dit effect niet inschat, riskeert een harde aanvaring met de kade of met andere vaartuigen. Daarom komt dit onderwerp geregeld terug in het examenonderdeel 'veiligheid & manoeuvres', dat bij het beperkt stuurbrevet 8 vragen telt, bij het algemeen stuurbrevet 10 vragen en bij de aanvulling yachtman zelfs 12 vragen.
Waarom is wind zo bepalend bij het afmeren?
Een vaartuig heeft, in tegenstelling tot een auto, geen directe grip op de ondergrond. Wind, stroming en de traagheid van het schip spelen voortdurend mee. Bij afmeren met wind moet je rekening houden met:
- De windrichting ten opzichte van de kade (aanlandige of aflandige wind)
- De windkracht en de hoeveelheid windvang van je vaartuig
- De snelheid waarmee je nadert
- De beschikbare ruimte om te corrigeren
Hoe meer windvang (bijvoorbeeld een hoge voorsteven of een flybridge), hoe sneller je boot afdrijft zodra je snelheid mindert. Dat is precies het moment waarop je het best anticipeert.
Afmeren bij wind: de verschillende situaties
Aflandige wind (wind duwt je van de kade weg)
Bij aflandige wind werkt de wind tegen je. Je vaartuig wil wegdrijven van de kade zodra je snelheid vermindert. Nader daarom in een scherpere hoek, hou voldoende vaart aan tot je dicht bij de kade bent, en leg zo snel mogelijk een voorspring of achterspring vast zodat de wind het vaartuig niet volledig wegduwt.
Aanlandige wind (wind duwt je naar de kade toe)
Dit lijkt eenvoudiger, maar vraagt net zoveel controle. De wind helpt je richting de kade, maar als je te snel nadert, bots je hard tegen de kade of tegen andere vaartuigen. Nader traag, gebruik voldoende fenders en laat de wind het laatste stukje voor jou doen.
Wind van opzij (dwarswind)
Dwarswind is vaak de lastigste situatie. Het vaartuig wil zijwaarts wegdrijven tijdens de hele manoeuvre. Hier helpt het om:
- Met de boeg iets tegen de wind in te houden tijdens de aanpak
- Kort gas te geven om bij te sturen in plaats van lang door te varen
- Snel een spring vast te leggen zodra je de kade bereikt
| Windrichting | Effect op het vaartuig | Aanbevolen aanpak |
|---|---|---|
| Aflandig | Boot drijft weg van de kade | Vaart aanhouden, snel vastleggen |
| Aanlandig | Boot drijft naar de kade toe | Traag naderen, fenders gebruiken |
| Dwars | Boot drijft zijwaarts weg | Boeg tegen de wind houden, kort bijsturen |
Voorbereiding voor het afmeren
Een goede voorbereiding maakt het verschil tussen een rustige manoeuvre en een stressvolle situatie. Zorg altijd voor het volgende:
- Controleer de windrichting en windkracht vooraf
- Leg fenders klaar aan de juiste zijde
- Maak meertouwen (voorspring, achterspring, voor- en achterlijn) klaar om vlot te kunnen vastleggen
- Bepaal op voorhand welke kant van het vaartuig je gaat gebruiken om af te meren
- Verdeel taken onder de opvarenden, zodat iedereen weet wat te doen
Vaar je in de buurt van een vaargeul of haveningang, kijk dan ook goed naar de
Maak gratis een account aan en oefen met interactieve online proefexamens.
Oefen nu zelf voor je vaarbewijs